Het aantal meldingen (15 duizend) dat de Nederlandse Arbeidsinspectie vorig jaar ontving, is fors gestegen met 21% ten opzichte van 2024. Bij de risico-gestuurde inspecties is in ruim 50% gehandhaafd. Samenwerking loopt als een rode draad al 135 jaar door het toezicht op arbeid. De praktijkverhalen in het vandaag gepubliceerde jaarverslag over 2025 illustreren dat. Verhalen over koelinstallaties, diplomafraude, gehoorschade, internationaal wegtransport en nachtwerk aan het spoor. Inspecteur-generaal Rits de Boer blikt in zijn jaarlijkse reflectie vooruit op een versterkte samenwerking in EU verband. Hij introduceert het idee voor een EU-minimumloon voor beroepen zoals chauffeurs in het internationale wegtransport.
Arbeidsongevallen
De Arbeidsinspectie heeft in 2025 meer dan 4800 ongevalsmeldingen ontvangen. Dat is 12% meer dan in 2024. Er zijn 2.987 ongevalsonderzoeken uitgevoerd en afgesloten. Dat is 11% meer dan in 2024. De sterke stijging komt niet alleen doordat er meer werkenden zijn in Nederland. Het verplicht melden van arbeidsongevallen is actief gepromoot om de sinds jaar en dag bestaande ondermelding te verminderen. Via communicatiecampagnes werd de meldingsplicht opnieuw onder de aandacht gebracht. Ook is het vanaf april 2025 mogelijk om naast het Nederlands ook in het Engels, Pools, Duits en Roemeens een ongeval te melden.
Handhaving
Een rode draad in het jaarverslag is dat de Inspectie verantwoordt door middel van een aantal kerncijfers. Een van de indicatoren betreft risicogerichtheid. Zowel op het vlak van gezond en veilig werk, als op dat van eerlijk werk, ligt bij risico-gestuurde inspecties het percentage handhaving boven de 50%.
Praktijkverhalen
Inspecteurs werken samen met gemeenten, regionale, nationale en internationale diensten en met werkgevers- en werknemersorganisaties. Praktijkverhalen illustreren de werkwijze bij aangepakte risico’s, van koelinstallaties tot gehoorschade bij festivals.
Transport
In het internationale wegtransport is de juridische lappendeken in de EU-landen ingewikkeld en zorgelijk ineffectief. Het kan ook bijna niet anders in een zeer competitieve sector waarin een werkgever met stuitend cynisme zegt dat ‘de chauffeur het goedkoopste onderdeel is van de truck’. Een duidelijk bewijs dat een lage contante waarde van de arbeidsrelatie gecorreleerd is met sterk verhoogde risico’s voor de werkende. De Arbeidsinspectie publiceerde hierover al in het jaarverslag 2024.
Zorgfraude
De intensieve samenwerking van rechercheurs en inspecteurs van meerdere (opsporings)diensten ontrafelde de fraude met de zogenoemde ‘erkenning verworven competenties’ (EVC). Daarmee kregen mensen vakdiploma’s, bijvoorbeeld in de zorg, terwijl ze de vereiste ervaring en bekwaamheid niet hadden. Rechercheurs vertellen hoe de fraude in zijn werk ging.
Vooruitblik
In zijn reflectie trekt Inspecteur-generaal Rits de Boer de rode draad van samenwerking van verleden naar het heden in de Europese arbeidsmarkt. De interne markt met vergaande economische integratie, vergroot de noodzaak voor een meer gelijk speelveld op de arbeidsmarkt en de versterking van EU-instituties, zoals de European Labour Authority met Europese arbeidsregels.
“Samen inspecteren en grensoverschrijdend gegevens uitwisselen is noodzakelijk. Want overtreders stoppen niet bij interne EU-grenzen. Maar in sommige gevallen volstaat gezamenlijk inspecteren niet en is er meer nodig. Gelijktrekken van het minimumloon voor internationale chauffeurs zou voor werkgevers, werknemers én toezichthouders veel eenvoudiger zijn. Met de EU-Richtlijn toereikende minimumlonen is een eerste stap gezet. Want met die richtlijn zijn procesafspraken gemaakt; de hoogte harmoniseren mag (nog) niet van de EU-verdragen. Het gelijktrekken van het minimumloon voor internationale chauffeurs zou een stip op de horizon moeten zijn.”
Dat landen nu zelf voor dit soort beroepen nog over hun minimumloon gaan, is volgens Rits de Boer vooral op papier het geval. Door prijsdruk tendeert de beloning voor dit werk de-facto naar de laagste loonniveaus in de EU.