Bij (herstel)werkzaamheden op het spoor staat spoorveiligheid voorop; aanrijdingen en bijvoorbeeld elektrocutie moeten altijd voorkomen worden. Maar aan (nachtelijke) vermoeidheid, gehoorbescherming bij lawaai of blootstelling aan (gevaarlijke) stoffen wordt te weinig gedacht. Terwijl dit ook grote veiligheidsrisico's zijn. Arbeidsveiligheid bij nachtwerk op het spoor verdient daarom meer aandacht. Dat staat in de verkenning Nachtarbeid op het spoor die de Nederlandse Arbeidsinspectie vandaag publiceert.

Nachtarbeid

Herstelwerkzaamheden op het spoor worden voornamelijk in de nacht uitgevoerd om ervoor te zorgen dat treinen overdag blijven rijden en de overlast voor reizigers en vervoerders tot een minimum wordt beperkt.

Veel partijen, weinig regie

De verkenning laat zien dat er verbeterpunten zijn op het gebied van gezond en veilig werken op het spoor in de nacht. Meerdere aannemers werken gelijktijdig aan of op eenzelfde baanvak met eigen werkwijzen en materieel. Vaak ontbreekt het overzicht op de totale uitvoering van de werkzaamheden.

Risico Inventarisatie en Evaluatie

Verder blijkt dat slechts 1 van de 12 betrokken bedrijven in de verplichte Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) expliciet aandacht heeft voor nachtarbeid of samenlooprisico's. De aandacht vanuit de sector gaat vooral uit naar spoorveiligheid.

Erkennen veiligheidsrisico's

Dat is terecht, zegt de Arbeidsinspectie, tegelijkertijd moeten werkgevers ook risico's als vermoeidheid en lawaai onderkennen. Het komt ook vaak voor dat er op eenzelfde plek meerdere werkzaamheden worden uitgevoerd. Zoals laswerkzaamheden, terwijl er tegelijkertijd door een andere aannemer wordt gewerkt met licht ontvlambaar materiaal. Dat brengt risico's met zich mee en het is daarom belangrijk dat werkgevers preventief maatregelen nemen om deze veiligheidsrisico's te beperken.

Vooral zzp'ers aan het werk

Bijna de helft van de mensen die 's nachts op het spoor werkt, is zzp'er. Veel voorkomende functies zijn 'monteur baan' en 'werkplekbeveiliger', soms kraanmachinist of lasser. Bij deze zelfstandigen is er te weinig zicht op de werkuren die zij in de nacht maken en ook of zij daarnaast nog extra werkzaamheden overdag elders uitvoeren, waardoor hun totale werktijd te lang is wat ongezond is én risico verhogend.

Schijnzelfstandigheid

Veel zzp'ers werken tijdens de nacht onder gezag van aannemers of werkplekbegeleidingsbedrijven (WPB). De hoofdaannemer bepaalt waar, wanneer en hoe ze werken. Men werkt daarbij in vaste ploegen, onder leiding van anderen. Dat lijkt wel heel erg op werken in loondienst, maar zonder de bescherming ervan. Die indruk wordt nog verstrekt doordat zzp'ers contributie moeten betalen aan werplekbeveiligingsbedrijven voor opleidingen en aansprakelijkheidsverzekeringen.

Arbeidstijden: controle bestaat nauwelijks

Op papier wordt toezicht gehouden door werkgevers en aannemers via het Digitaal Veiligheidspaspoort (DVP). Daarin staat wie bevoegd is om aan het spoor te werken en hoeveel tijd er zit tussen twee diensten. In de praktijk blijkt de DVP-app echter vooral een aanwezigheidsregistratie is, geen werktijdensysteem. 83 procent van de werkplekbeveiligers zegt arbeidstijden te controleren via DVP, maar de sector vertrouwt daarmee op een systeem dat weinig of geen grip biedt:

  • de app registreert niet het andere werk dat iemand overdag doet;
  • manuele correcties maken manipulatie mogelijk;
  • sommige werknemers klokken niet in of uit, of werken zonder pas;
  • het systeem kan eenvoudig omzeild worden.

Toekomst

De Arbeidsinspectie gebruikt de verkenning om de sector te informeren. En ProRail, aannemers, WPB-bedrijven en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werken aan structurele verbeteringen. Voor meer zicht op arbeidstijden, aandacht voor vermoeidheidsrisico's en meer ruimte voor onderhoud overdag. Iedereen wil de veiligheid op het spoor garanderen; werkgevers hebben daarbij de verantwoordelijkheid voor werknemers en zelfstandigen die met nachtwerk het treinverkeer draaiend houden.