Beoordeel het blootstellingsniveau van werknemers aan de gevaarlijke stoffen. Dit hangt af van de concentratie van de gevaarlijke stoffen en de duur en aantal keer dat er blootstelling plaatsvindt. Het blootstellingsniveau bepaal je met een kwantitatieve schattingsmethode of door te meten.
Hieronder vindt u veelgestelde vragen over stap 2 van Zelfinspectie Werken met gevaarlijke stoffen. Klik op de betreffende vraag uit stap 2 en er verschijnen aanvullende vragen en antwoorden.
Veelgestelde vragen stap 2
Prioriteren
Op basis van H-zinnen (fysische eigenschappen en gezondheidsrisico’s) wordt een indeling in gevaarklassen gemaakt. De prioritering gebeurt vervolgens op basis van deze gevaarklassen en de werkplekomstandigheden. Op deze manier ontstaat een indeling in (zeer)hoog-risico, middel- en laag-risico.Let op: Met het uitvoeren van een prioritering heeft u nog geen beoordeling van de blootstelling gemaakt en vergeet ook de vrijkomende stoffen zonder H zin niet mee te nemen.
Clusteren
U kunt stoffen clusteren. Als stoffen op elkaar lijken en als de handelingen die men ermee verricht vergelijkbaar zijn, kunt u die stoffen bij de beoordeling samenvoegen tot een cluster. Per cluster stelt u vervolgens vast welke stof het meeste risico oplevert en hiervoor bepaalt u het blootstellingsniveau. Als u bij de andere stoffen uit het cluster een vergelijkbaar beschermingsniveau treft, zijn uw werknemers ook voldoende beschermd voor de overige stoffen uit het cluster. Deze aanpak moet duidelijk beschreven worden in de blootstellingsbeoordeling.Dat wil zeggen:
- Het soort stof en het risico daarvan.
- Hoe komt de werknemer in contact met de stof (luchtwegen, huid, ogen).
- Hoe hoog is de blootstelling (contact met hoge/lage concentratie).
- Hoe lang duurt de blootstelling.
- Hoe verhoudt de blootstelling zich tot de grenswaarde.
Een voorbeeld van een geaccepteerde methode voor een blootstellingsbeoordeling op de werkplek kunt u vinden in de NEN 689 (2019): 'Blootstelling op de werkplek, meting van de inhalatieblootstelling aan chemische stoffen, strategie om te voldoen aan de arbeidshygienische blootstellingsgrenswaarden'. Deze methode start met een basiskarakterisatie waarbij ook blootstellingsmodellen kunnen worden gebruikt. Op basis van de uitkomst daarvan bent u klaar of moet u door met het uitvoeren van blootstellingsmetingen. Het is belangrijk dat u de keuze in aanpak en de resultaten goed vastlegt in een rapport.
Het is belangrijk dat u bij de keuze van het model rekening houdt met het toepassingsgebied en de beperkingen van het model. Laat u ondersteunen bij de keuze van het model door een deskundige op het niveau van een arbeidshygiënist.
Ademhalingsbescherming mag (in eerste beoordeling) niet worden meegewogen in de beoordeling. Het resultaat van het model dient deskundig te worden geïnterpreteerd door een arbeidshygiënist (of vergelijkbare deskundige).
- U moet bepalen bij welke werknemers welke stoffen gemeten kunnen worden en onder welke omstandigheden.
- Vaak moet u op meerdere dagen metingen uitvoeren om met zekerheid te weten dat de situatie voldoende beheerst is. Dit komt omdat de meetresultaten sterk kunnen verschillen als gevolg van wisselende omstandigheden.
- De meetmethode en de beoordeling van de resultaten moeten voldoen aan de leidraad van NEN-EN 689: 2018+C1: 2019 of aan de richtlijn van de vereniging van Nederlandse en Britse arbeidshygiënisten (NvvA-BOSH).
De blootstellingsbeoordeling moet altijd uitgevoerd worden door een deskundige op het niveau van een arbeidshygiënist.
Bekijk ook of uw werknemers op een dag in aanraking komen met meerdere stoffen of mengsels. Deze combinatie-blootstelling zult u zelf moeten beoordelen.
De beheersmaatregelen in het blootstellingsscenario volgen niet altijd de arbeidshygiënische strategie. Zorg dat uw beheersmaatregelen wel de arbeidshygiënische strategie volgen. Het komt ook voor dat het blootstellingsscenario werkt met een andere grenswaarde, bijvoorbeeld een DNEL, terwijl er misschien in Nederland een wettelijke grenswaarde is voor de stof. Dit moet u zelf nog beoordelen en controleren.
U moet dus een risicobeoordeling maken die op uw situatie van toepassing is. De informatie uit het VIB geeft uiteraard wel waardevolle informatie voor de risicobeoordeling en voor de identificatie van gezondheids- en veiligheidsmaatregelen.
Tip: Zijn er stoffen bij die u niet meer gebruikt? Voer ze direct af, dan hoeft u ze ook niet meer te inventariseren en te beoordelen.
De ene zuurkast is de andere niet. Let erop dat de zuurkast geschikt is voor de experimenten die u daarin wilt uitvoeren.
- Of het blootstellingsniveau per taak/handeling is bepaald.
- Of de blootstelling is getoetst aan de grenswaarde van de stof.
- Of de blootstelling volgens een geaccepteerde methode is vastgesteld.
- Of u het daggemiddelde heeft berekend voor componenten die in meerdere stoffen voorkomen.
- Of u rekening heeft gehouden met gecombineerde blootstelling bij stoffen die min of meer dezelfde schadelijke effecten veroorzaken.
Een 'kant-en-klare' veilige werkwijze is een werkwijze die nauw gedefinieerd is en geldig is voor 1 bedrijfstak, 1 proces, taak en/of populatie en 1 stofgroep. Bij het opstellen van de veilige werkwijze is door middel van metingen of modelschattingen aangetoond dat de blootstelling onder de grenswaarde blijft.
Let op: Voor kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen moet de blootstelling, ook onder de grenswaarde, verder worden geminimaliseerd. Dit betekent: alle maatregelen nemen die technisch uitvoerbaar zijn.
Het kan zijn dat uw branche een Veilige werkwijze heeft ontwikkeld, deze kunt u dan terugvinden in de Arbocatalogus van uw branche.
Op dit moment is er alleen voor lood een wettelijke biologische grenswaarde.
Voor sommige andere stoffen zijn er biologische grenswaarden die niet wettelijk zijn vastgelegd. U kunt dan biologische monitoring aanbieden als controle op de blootstelling. Dit kan aanvullend aan luchtmetingen zijn of in plaats ervan. Biologische monitoring in plaats van luchtmetingen kan alleen als er een goede relatie bekend is tussen gemeten biologische waarden en luchtgrenswaarden.
Als biologische monitoring op de juiste wijze wordt uitgevoerd, kan het een goed inzicht geven in de hoogte van de blootstelling. Zeker bij stoffen die zowel via de inademing als via de huid in het lichaam opgenomen kunnen worden, is biologische monitoring zinvol.
De bedrijfsarts en een deskundige arbeidshygiënist vervullen hierin een belangrijke rol.
Let op: de individuele uitslagen van de biologische monitoring vallen onder de AVG wetgeving en worden daardoor niet aan de werkgever ter beschikking gesteld.
De meeste mengsels hebben dus géén eigen grenswaarde. In dat geval moet u de blootstelling van uw werknemers per component beoordelen. U toetst dan de blootstelling aan de grenswaarden van de verschillende componenten. Als de componenten dezelfde gezondheidseffecten hebben (zoals oplosmiddelen), dan moet u de blootstelling van de verschillende componenten bij elkaar optellen.
U kunt de blootstelling aan een mengsel ook beoordelen aan de hand van de meest gevaarlijke component. Dit kan alleen als de keuze voor deze component goed is onderbouwd. Zo'n component wordt vaak een 'marker' genoemd. Het gaat altijd om de meest risicovolle component in het mengsel.
Laat een arbeidshygiënist (of een andere deskundige op het niveau van een arbeidshygiënist) beoordelen welke component hiervoor geschikt is. De deskundige moet altijd rekening houden met het risico van gecombineerde blootstelling, ook bij het gebruik van een 'marker'.
Berekening van gecombineerde blootstelling gaat als volgt:
- Bereken voor elke component: de blootstelling gedeeld door de grenswaarde van die component.
- Tel de uitkomsten bij elkaar op.
Hulp nodig bij de berekening?
Bekijk online hulpmiddel Toetsen aan de grenswaarden.Als er geen wettelijke 15-minuuts grenswaarde bestaat, dan hoeft de werkgever niet altijd zelf een 15-minuuts grenswaarde af te leiden (of ceiling waarde).
Dit hoeft alleen als:
- Er blootstelling aan pieken kan plaatsvinden, en;
- De betreffende stof een relevant gezondheidseffect kan veroorzaken, specifiek door blootstelling aan pieken. Bij het 'relevante gezondheidseffect' gaat het met name om acute effecten of sensibilisatie via de luchtwegen. Bij acute effecten gaat het vooral om: sterk irriterend of corrosief, narcotisch (bijvoorbeeld bij oplosmiddelen), of een specifieke giftigheid (zoals bijvoorbeeld koolmonoxide).
Ceiling waarde
Ceiling waarde is een waarde die op een geen enkel moment overschreden mag worden.Als er een wettelijke 15-minuuts grenswaarde of Ceiling waarde is vastgesteld, dan moet de werkgever die hanteren. Indien blootstelling aan kortdurende hoge concentraties (pieken) kan plaatsvinden, dan moet de werkgever deze blootstelling beoordelen, en toetsen aan de 15-minuuts grenswaarde (of de Ceiling waarde).
Let op: dit is in aanvulling op het beoordelen van de daggemiddelde blootstelling en het toetsen daarvan aan de 8-uurs grenswaarde.
Let op: ook sommige stoffen zonder eigenaar kunnen acute effecten hebben. Hardhoutstof is bijvoorbeeld, naast kankerverwekkend, sterk irriterend voor de luchtwegen.
Dit is bijvoorbeeld het geval bij bijna alle kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen. Bij deze CMR-stoffen (categorie 1) moet de blootstelling altijd zo laag mogelijk zijn, zelfs als deze al lager dan de grenswaarde is. Probeer deze stoffen te vervangen door minder schadelijke stoffen. Als dat niet mogelijk is, moet u in ieder geval alle uitvoerbare technische en collectieve maatregelen nemen om de blootstelling zo laag mogelijk te houden.
