Een kind moet voor, tijdens en na het werk in de culturele sector (zowel on- als offline) op deskundige wijze begeleid worden door een professionele kinderbegeleider. Een kinderbegeleider mag ook vervangen worden door een ouder van het kind. De begeleiding moet afgestemd zijn op het soort arbeid en het kind.

Professionele kinderbegeleiding is gericht op verschillende onderdelen. Het gaat om het regelen van praktische zaken zoals eten, drinken en voldoende rustmomenten, en ook pedagogische en emotionele begeleiding. Denk hierbij aan het signaleren van spanning bij het kind tijdens repetities en optredens. In het belang van het kind is het goed als er geen wisselende begeleiders zijn.

Wat doet een kinderbegeleider?

Onderdeel van een goede begeleiding is het creëren van een aparte ruimte waar het kind kan rusten, spelen of huiswerk maken tijdens de wachttijden en pauzes. Een kinderbegeleider maakt een goede planning , bijvoorbeeld door rekening te houden met reistijd. De kinderbegeleider controleert, wanneer de werkzaamheden onder schooltijd zijn, of er geoorloofd schoolverzuim is verkregen van de schooldirectie. De kinderbegeleider begeleidt het kind wanneer zij in de media of op sociale media verschijnt. Kinderbegeleiders handelen vanuit het belang van het kind. Zij hebben zeggenschap en mandaat om een kind (tijdelijk) uit een productie te halen als dat volgens hen beter is voor het kind, zelfs als dit strijdig is met het belang van de producent. De producent moet hierbij het advies van de kinderbegeleider volgen.

Ontheffing

Er moet ontheffing worden aangevraagd om een kind in de culturele sector (online/offline) te laten werken. De werkgever van het kind moet deze ontheffing aanvragen. Naast het hebben van een kinderbegeleider moeten ook de gezond- en veiligheid van de werkomstandigheden geregeld zijn. Om een ontheffing te kunnen krijgen, moet de producent eventuele risico's duidelijk omschrijven én passende maatregelen nemen. Het is de taak van de kinderbegeleider om te controleren of deze maatregelen worden genomen. Het kan voorkomen dat er tijdens de productie andere risico's naar voren komen. De kinderbegeleider moet die proactief signaleren en het kind hier tegen beschermen.

Verklaring Omtrent het Gedrag

De werkgever moet bij de controle van de ontheffing een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) overleggen van iedere persoon die de begeleiding van een kind verzorgt. De kinderbegeleider moet in het bezit zijn van een VOG met screeningsprofiel 84 (minderjarigen) en/of 86 (kinderopvang). Deze verklaring mag bij de start van de arbeid niet ouder zijn dan 2 jaar. Wanneer blijkt dat een kinderbegeleider geen juiste VOG heeft, voldoet de werkgever niet aan de voorwaarden van de ontheffing en krijgt deze een waarschuwing of een boeterapport.

Veelgestelde vragen