Een bedrijf investeert in goede bronafzuiging voor de schadelijke rook die bij laswerkzaamheden vrijkomt. Op papier is alles geregeld, de installatie voldoet aan alle eisen, en werknemers kunnen er zonder veel moeite gebruik van maken. Toch doen zij dat nauwelijks, zo zag inspecteur Naomi tijdens een recente inspectie bij het bewuste bedrijf. 'Je kunt de beste voorzieningen neerzetten die er zijn', zegt ze. 'Maar daar houdt je verantwoordelijkheid als werkgever niet op. Als niemand erop toeziet dat de middelen daadwerkelijk worden gebruikt, zijn je werknemers nog steeds niet goed beschermd.'

Volgens Naomi zegt zo'n situatie vooral iets over de cultuur binnen een bedrijf. 'Veilig werken is niet iets dat vanzelf gebeurt of klaar is met de aanschaf van apparatuur. Je moet medewerkers uitleggen waarom technische maatregelen die je als bedrijf neemt belangrijk zijn, elkaar erop aanspreken als het misgaat en als leidinggevende zelf het goede voorbeeld geven. En met 1 keer ben je er nog niet. Je moet blijven voordoen, blijven uitleggen, blijven aanspreken en blijven controleren. Pas dán gaan veiligheidsmaatregelen echt leven op de werkvloer.'

Werkgever is en blijft verantwoordelijk

De ongebruikte bronafzuiging is een goed voorbeeld. De afzuigarm moet tijdens het lassen steeds dicht bij het werkstuk blijven. Dat vraagt bijvoorbeeld bij een verplaatsing telkens om een kleine handeling van de lasser. 'Het vergt discipline om de afzuiging steeds mee te bewegen, maar het is ook geen handeling die heel veel tijd kost', zegt Naomi. 'Maar als je het niet doet, verdwijnt een groot deel van de bescherming en komt de lasrook alsnog in de ademzone terecht. Maar veel mensen blijken die kleine handeling toch vaak niet te doen. Ze vinden het niet nodig of denken dat het te veel tijd kost.'

Volgens Naomi wordt in zulke gevallen vaak al snel naar de werknemer gewezen, maar is en blijft de werkgever verantwoordelijk voor een veilige werkplek. Dat gaat nog lang niet altijd goed: uit landelijke inspecties van de Nederlandse Arbeidsinspectie blijkt dat veel bedrijven nog stappen kunnen zetten om hun werknemers beter tegen lasrook te beschermen. Bijvoorbeeld door niet alleen goede voorzieningen aan te schaffen, maar er ook voor te zorgen dat die worden gebruikt. De factsheet over de tussenresultaten van de lasrookinspecties laat zien dat bij 84 procent van de geïnspecteerde bedrijven nog niet alles in orde is.

Goede lassers zijn moeilijk te vinden

Het aanspreken van werknemers op het naleven van de regels blijkt in de praktijk soms lastig. Zij kunnen toezicht en voorschriften ervaren als betuttelend of overdreven – 'ik werk al jaren zo en er is niets aan de hand' – maar is nog een reden: krapte op de arbeidsmarkt. Goede lassers zijn al jaren moeilijk te vinden, en werkgevers zijn daardoor weleens terughoudend in het stevig aanspreken van medewerkers. 'Je hoort soms: 'als ik er te vaak iets van zeg, loopt hij morgen naar een ander bedrijf'. Dat dilemma begrijpen we heel goed. Maar de gezondheid van je werknemers mag uiteindelijk niet afhangen van een tekort aan lassers.'

Naomi kijkt daarom tijdens een inspectie verder dan de techniek alleen. Ze let minstens zo goed op de manier waarop leidinggevenden en medewerkers met veiligheid omgaan. 'Wordt iemand consequent aangesproken als hij zonder de aanwezige bronafzuiging werkt? Weten medewerkers voldoende waarom die maatregelen zo belangrijk zijn en handelen ze er daarom naar? En geven leidinggevenden zelf het goede voorbeeld? Zulke dingen zeggen écht iets over daadwerkelijk gezond werken bij een bedrijf, terwijl de aanschaf van noodzakelijke voorzieningen alleen maar wijst op goede intenties. Je merkt snel genoeg of er bij een bedrijf een echte veiligheidscultuur bestaat. En die kun je niet kopen.'

Mensen maken uiteindelijk het verschil

De Arbeidsinspectie kan een werkgever daarom verplichten om niet alleen technische maatregelen te nemen, maar ook beter toezicht te houden op het gebruik ervan. 'Veilig werken is geen kwestie van een installatie plaatsen en klaar. Het vraagt elke dag opnieuw om serieuze aandacht. Want de techniek kan veel, maar uiteindelijk zijn het de werkgevers en werknemers samen die het verschil maken.'